zaterdag 2 augustus 2014

Puntdicht 25

Gedichtenbartje groet 's ochtends de dingen,
dag lege fles, dag leeg glas,
dag halfopgerookte sigaret,
dag klein watertje,
volgens mij was Van Ostaije minder katerig
toen hij zijn meesterwerkje schreef,
ik ben er vrij zeker van
wacht een watertje,
what was I thinking??








Marc groet 's morgens de dingen

Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem
ploem ploem
dag stoel naast de tafel
dag brood op de tafel
dag visserke-vis met de pijp
en
dag visserke-vis met de pet
pet en pijp
van het visserke-vis
goeiendag
Daa-ag vis
dag lieve vis
dag klein visselijn mijn



















Puntdicht 24

Veni, vidi, vici,
ik kwam, ik zag, ik overwon,
of  ik zag je, ik overwon je en kwam in je
Vidi te, ego vici te, et mihi fuit gaudens
vrij vertaald naar vies paterke Luc Versteylen,
maar zijn der ook andere:
hemelen en juichen maar voor het zingen de kerk uit.
Exitus acta probat, nietwaar,
volgens Machiavelli nog altijd het doel heiligt de middelen
en door te onderwijzen leert men,
aka doscendo discimus
want een jonge maagd wordt ras gevraagd

BDW, kan ik nu bij je aan de slag??

Tibi bene ex animo volo,
gedichtenbartje






Uitgesponnen puntdicht 23

De nacht is gevuld met wolfsklemmen en schietgeweren,
en vol van haar eigen overweldigende duisternis,
eenmaal in haar greep, laat ze je nooit meer los,
het nachtelijk equivalent van de wanhopige losbandige vrouw.

Ik kus je op de volle mond,
langzaam zakt je zwart met rode kleed
en onthult de mooiste welvingen
die een man ooit mocht aanschouwen,
mooier dan een tsaristisch ei,
of de Engelse kroonjuwelen,
ik word ter plaatse verblind
na het bekijken van je hemel.

Verbrachten we aanzienlijk wat tijd,
jij en ik,
de nacht en haar metgezel,
de semi-beschonken dichter,
het hemd is nu eenmaal nader dan de rok,
ook in sterrenkringen.
Nepotistisch zuig ik aan je tiet,
gevuld met heerlijke Chileense wijn,
ik doe slechts onder voor de naderende aardbeving
als ik haast plichtmatig struikel over de uitgestrekte zwarte kat.

Holding on to anger is like grasping a hot coal with the intent of throwing it at someone else; you are the one who gets burned.


You can search throughout the entire universe for someone who is more deserving of your love and affection than you are yourself, and that person is not to be found anywhere. You yourself, as much as anybody in the entire universe deserve your love and affection.

Boeddha



























Puntdicht 22

Ik vertrappel de maan als was het een oude peperkoek
ik huil de nacht in als een Ierse banshee,
de nacht verwelkomt me met een zucht:
"Dag, oude vriend, waar bleef je toch zolang?"