zaterdag 10 september 2011

Daan

Een zorgenkoning van amper negen.
Waar is nu je aanstekelijke lach,
en je jeugdig gevoel van vrijgevochtenheid.
Welke levenslessen moet je nu leren??

Een speciaal kind ben je sowieso,
genetisch misschien niet hard verwend.
Toch kon ik veel van je leren,
hoe om te gaan met een jongenslach.

Soms stelde je me moeilijke vragen,
Waarnaar ik nu enkel kan verlangen.
Voor mij ben jij het ideale neefje,
als opstapje naar eigen kindergeluk.

Apart, speciaal, misschien wat vreemd,
maar voor mij normaal en o zo vertrouwd.
Binnenkort kunnen we weer samen spelen,
als je mij nog niet bent ontgroeid.

donderdag 8 september 2011

Imsomnia

Langzaam kruipt de grote wijzer naar de 12,
de kleine wijzer lijkt wel vastgevroren op de drie,
een constante stroom van vage, banale gedachten
tikt tegen je hersenpan, de minuten rijgen zich
aan elkaar als het landschap vanuit een trage trein.
Je probeert je het monotone dokkerende geluid
van de trein voor te stellen.  Een geluid waarvan je
ooit in slaap bent gevallen.  Ooit, een eeuwigheid
geleden lijkt het nu. De moeheid, die al tijden onder
je lenden zit, knaagt langzaam verder aan je.  Je
knikkebolt en draait je voor de zoveelste keer
op de andere zijde, terwijl je je van de indruk probeert te
ontdoen dat die achteloos neergeworpen boeken naar je
beginnen te grijnzen.  Zuchtend sta je op en probeer
je je wankele grip op de realiteit te herwinnen.  Het is weer ochtend.

woensdag 7 september 2011

Ramp op pukkelpop

Het is moeilijk onder woorden te brengen,
wat men moet voelen als getuige van een ramp.
Een feest van muziek, jeugd en amusement,
afgesloten met een  windvlaag als deus ex machina.

Tragisch is het verlies van 4 levens altijd,
dramatisch de paniek die dan ontstaat.
Doden en gewonden op een feest van de jeugd,
die nu enkel kan rouwen en verwerken.

Toch moet Pukkelpop blijven bestaan,
Alhoewel het huidige feest eindigde met een drama.
Want hoe kan men afsluitend het beste verwerken,
door voluit te leven en de dood tijdelijk te verslaan. 

dinsdag 6 september 2011

Land in verwarring

We leven in een land in verwarring,
als een kat in een kamer vol schommelstoelen,
samen leven we als kat en hond,
Vlaanderen en Wallo-Brux in een verbond.

Sommigen roepen om een te blijven,
anderen om een scheiding van tafel en bed.
Beschouwen we dan Brussel als kind van de rekening,
vechtend om de liefde van de gewesten.

Wat de oplossing is, zullen we hopelijk snel weten,
misschien een verstandshuwelijk of zo een lat,
ware het niet dat we moeten samenleven,
met misschien wat alimentatie naast mekaar.

Populistische profeten aan elke kant,
de grote waarheid verkondigend,
wie moeten we dan geloven,
waarschijnlijk alleen ons verstand.

maandag 5 september 2011

Nonsenspoëzie tegen een kater



Ben je dan al klaar om 17 uur,
kan je dan al vertrekken,
met het trekken van gekke bekken,
buiten wacht de ontwenningskuur.

Buiten straalt het heldere licht
en begint het zachte bonzen,
dan kan je nog enkel maar slonzen,
kom doe die oogjes maar halfdicht

Ingespannen zwetend tot in Deurne,
waar een warme maaltijd wacht
en elkeen zacht naar je lacht,
zoals een zeehondje in Veurne.

zondag 4 september 2011

Dromen


Iedereen is samengesteld uit dromen,
sommige kleiner dan de muizenkeutels
achter de koelkast, sommige groter dan
de Boerentoren in mijn mooie stad.

Dromen worden soms vervuld,
maar meestal niet ingevuld. 
Dagdromen, fata morgana’s, mirages,
luchtspiegelingen of nachtmerries.

Van elke soort bestaan er veel te veel,
als mensen bij de eerste solden.
Dromen zijn bedrieglijk, als ze het
dwaze hart influisteren wat je moet doen.

Maar soms blinken ze als groene
smaragden in het oog van de gelukkige
delver, als de toeters en bellen van
de gokker in een betoverend casino.

Soms jaag ik mijn dromen na,
zoals een jonge kat haar ongrijpbare staart.
Soms krimp ik in, als de realiteit
dramatischer lijkt dan de ergste droom.

Maar toch kan ik hen niet missen,
ze kruiden mijn bestaan.  En ooit
zal ik je vervullen, mijn grote droom
al was het maar als ik droom.

zaterdag 3 september 2011

De vriendschap


Soms is het moeilijk uit te drukken
wat het bloedrode hart vermoedt,
het woord is vaak als een vleugel
van de stilte, of een net ontstoken lucifer.

Soms begripsvol en tijdloos, als ware het
om het oneindige te herbeginnen,
soms wraakroepend en eindig
als een woest uitslaande heidebrand.

Soms is het moeilijk te vatten,
wat het bloedrode hart vermag,
beschermend als een leven gevende navelstreng.

Soms is het moeilijk te begrijpen,
wat het half koude hart vermag,
grote vreugde schenkend aan een kleine mens.