zaterdag 8 december 2012

De slapeloze tango

 
Soms droom ik dat ik wakker ben
soms ben ik wakker als ik droom
dagdromen, nachtmerries, luchtkastelen, fata morgana’s
de levensmoeheid van een argeloze imsomniac

De dagen en nachten wisselen elkaar af in een langzame zwanenzang
opgewektheid en pessimisme strijden om elkaars voorrang
de mogul van de nacht doemt weer op als de moloch
ik bestrijd mijn duisternis met zoete appelthee

Buitenissige dromen verzoeken mijn aandacht
als sneeuwtijgers op zoek naar een haast onzichtbare prooi
in het desolate winterlandschap, tot de sneeuw contrasterend
bloedrood kleurt, vlok per vlok, de jager kende weer succes,
de prooi ging ten onder aan zijn overmoedige camouflage

Mijn wereld is stil, zelfs de hamster heeft het opgegeven
de katten liggen uitgestrekt op hun favoriete plaats
dromen zij ook in technicolor dat ze kunnen vliegen
de schakeringen winnen terrein, ik denk niet langer zwart-wit
maar slechts in vele tinten grijs als compromis

De boeman slaat weer toe, als ik hem toelaat te zegevieren
de zegepraal is hem nog niet vergund, de strijd nog niet gestreden
maar als ik win, ik zal geen galante winnaar zijn die de verliezer
een eervolle aftocht gunt, ik zal dansen, feesten en drinken
tot de laatste vleermuizen en muizenissen zijn verdwenen






















 

vrijdag 7 december 2012

Meesterwerk


 
 Jonge sla

Alles kan ik verdragen
het verdorren van de bomen
stervende bloemen, het hoekje
aardappelen kan ik met droge ogen
zien rooien, daar ben ik
werkelijk hard in.
Maar jonge sla in september
net geplant, slap nog
In vochige bedjes, nee.
 
Kopland

Le Dormeur du Val

C'est un trou de verdure où chante une rivière
Accrochant follement aux herbes des haillons
D'argent; où le soleil, de la montagne fière,
Luit: c'est un petit val qui mousse de rayons.

Un soldat jeune, bouche ouverte, tête nue,
Et la nuque baignant dans le frais cresson bleu,
Dort; il est étendu dans l'herbe, sous la nue,
Pâle dans son lit vert où la lumière pleut.

Les pieds dans les glaïeuls, il dort. Souriant comme
Sourirait un enfant malade, il fait un somme:
Nature, berce-le chaudement: il a froid.

Les parfums ne font pas frissonner sa narine;
Il dort dans le soleil, la main sur sa poitrine
Tranquille.
Il a deux trous rouges au côté droit.

De Slaper in het Dal

Een kuil vol groen waar een rivier door zingt
Die ’t kruid met flarden zilver onbesuisd
Bespat; vanaf het fier gebergte blinkt
De zon: een klein dal dat van stralen bruist.

Een jong soldaat, blootshoofds, met open mond,
De nek in blauwe kers gedompeld, ligt
In openlucht te slapen op de grond,
Bleek in zijn groene bed vol plenzend licht.

Zijn voeten in het lis, zo slaapt hij. Zwakjes
Lachend zoals een ziek kind, soest hij zachtjes:
Natuur, wieg hem vol warmte: kou heeft hij.

De geuren doen zijn neusvleugels niet trillen;
Hij slaapt in de zon, één hand op zijn stille
Borst, rechts twee rode gaten in de zij.

 

Arthur Rimbaud,, 1870

 

Een meesterwerk schrijft zich niet zomaar
zoals hierboven briljant aangetoond
of was de zestienjarige Rimbaud zo hovaardig of geniaal
dacht Kopland zo toen hij jonge sla beschreef

Een mengeling van tijd en gelegenheid,
sfeerschepping en aansprekende thematiek
ik schrijf nu op een nieuw toetsenbord,
maagdelijk tokkelen op een klavier dat
niet is aangetast door het druppelen
en verstuiven van de eeuwige sigaret die nonchalant
uit mijn mondhoek bengelt zoals Gainsbourg het ooit
onnavolgbaar heeft voorgedaan

Het voordeel is, ik moet niet constant terugkeren
op mijn stappen, als een dyslectische tiener die wanhopig
zijn eerste versie van een tekst moet herlezen, omdat zijn
brontekst wemelt van de cryptische afkortingen
en grappige lettercombinaties

De koffie staat klaar, ik neem binnenkort een eerste slok,
ik zuig het zwarte goud binnen, en proef de bitterheid
van een vervlogen plant, de tweede sigaret is aangestoken,
en zweeft boven angstige toetsen, zijn voorganger-klavier ligt
achteloos neergesmeten achter mij, de vervaldatum
was bereikt aangespoord door mijn assige kwistigheid

Ach, ook dit zal geen meesterwerk worden, ik ben nu
eenmaal te kwistig met woorden, te gul in mijn denken,
bejubeld door zovelen zal ik nooit worden, wat rest er nog van
mijn ongebreidelde humbris als ik naar boven scroll

De flater van de week heb ik al begaan, uitslapen en dan bemerken
dat een afspraak om 13.00h nu eenmaal niet haalbaar is als je
ontwaakt om 3 en er rotsvan van overtuigd bent slechts om 18h
aan de bak te moeten, what a mistake to make

De opleiding gaat dus aan mijn neus voorbij, niet dat ik er
rouwig om ben enigszins enerzijds, maar geenszins anderzijds
vervliegt ook de hoop op een vaste job, die mijn rijmelarij bekostigt
en ook wel het dure leven, nu de prijzen van drank zijn opgeslagen

Waaruit haal ik nu mijn inspiratie, het vertrouwde aangename
gevoel van zachte verdoving en afbraak van hersencellen, als ik
oud en versleten ben, ik schat op 57 dan moeten mijn hersencellen
ook niet meer mee, kwestie van onbezorgd te strijd tegen de
vergrijzing en rimpels aan te gaan

Mijn hoop op een job laait weer op, bij niet minder dan twee
bedrijven in de tweede ronde, een persoonlijkheidstest scheidt
mij nog van een job met aangenaam salaris voor zover u zich nog mijn
gemekker kan herinneren over benevelend lage uitkeringen

Voorwaar, voor een zelfverklaarde dichter geen kattenpis,
ik speelde zelfs met de gedachte de test te laten invullen door
sociaal meer aanvaardbare types om mijn kansen te vergroten,
al associeer ik dat boerenbedrog veelal met mijn gebrek aan zelfvertrouwen

Ben ik niet bedreven in agogiek en psychologie,
dan moet ik wel een standaardtest doorstaan,  houd ik mij
voorzichtig voor, al is de test misschien wel standaardproof
beschermd tegen amateurpsychologen

Een tweede bedrijf had een vertaalopdracht gepland,
opgesteld in aandoenlijk bargoens vakjargon over T-shirts,
voorwaar niet eenvoudig, ik kweet mij er plichtmatig van,
hopelijk is de freelancer met de rode pen niet in grote vorm,
een afwijzing op basis van een Duitse vertaling zou affrontelijk zijn

Homelijk is dame fortuna mij eens goed gezind,
en kan ik zweperige strepen trekken op haar rug, als ik
haar sexy achterkant verscheur met enthousiaste nagels
als we bestiaal de liefde bedrijven na een uitbarsting van geluk

Ach, de opdracht die ik mezelf had opgelegd, behelsde
het schrijven van een meesterwerk, daar ben ik niet in geslaagd,
het genie van bovenstaande dichters zal ik nooit evenaren, hoewel ik
ongeëvenaard ben in middelmatigheid en grossier in platitudes
wat zelfs een vers klavier niet kan verhinderen
 
Ach, ik geef mijn droom afsluitend niet op
ooit in een van onderstaande betoverende plaatsen te staan,
heb ik het geluk niet afgedwongen, na een lange wandeling staand
aan het graf van mijn vader in innerlijke dialoog, een schietgebedje
aan mijn eige persoonlijke god, vervolgens aan die met de lange baard,
waarbij ik ook die met zijn hoeven niet vergat, had ik meer tijd, had ik ook
Allah, Jehova, Visjnu en Buddha nog lastiggevallen voor het afsmeken van geluk









 

woensdag 5 december 2012

Mijn fantasie benadert de werkelijkheid in vogelvlucht

Vele werktitels gepasseerd, voor ik met deze kwam aandraven
de vierkante slaap, opgewekt door een rechthoekige fles
met Cyrillisch schrift wreed doorbroken door de geest van de muze
de martelgang van de grootste gemene deler, de ontoereikendheid
van mijn koude fantasie beslaat vele uren

De hoogdravendheid van de poëzie
het neerschrijven van de eigen verwerpelijke genie
wie is er geïnteresseerd in de pennevrucht
van een vermoeide dertiger
die van geen hout pijlen maken kan

De eenvoud is mijn maîtresse
die al jaren schreeuwt om erkentelijkheid
als ik u na de uren wil beminnen
verwaarloos ik mijn echte vrouw, de trots van een vertaler

Ben ik tevreden met wat hier verschijnt
nooit, ik ben mijn eigen ergste criticus
al weiger ik bij te schaven en te corrigeren
langer dan een kwartier is een lichtjaar van onkunde

Woorden tikken langzaam tegen mijn slaap
als het vertrouwde zotte teken in cadans
van lettergrepen en klinkerrazernijen

Ik nader nu het einde van mijn drieste woorden
enkel wat foto’s om mijn onmacht te maskeren
enkel wat muziek om de zeden te verlichten
ik parafraseer een lang vervlogen suikernonkel
die ik altijd lastigviel tot op het toilet voor verhaaltjes
en toen kwam er een olifantje met een lange snuit
en’t vertelselke is uit













 

dinsdag 4 december 2012

De anti-sint

 
Ik ben de anti-sint
ik hou vooral van stoute meisjes
zij zijn veel meer fun dan hun brave collegaatjes
en ook ik kom graag door de schouw







 




















Aangezien ik waarschijnlijk nooit Matil
achterwaarts in de poes zal naaien
zoals Brusselmans het graag zegt en doet,
is dit het dichtste wat ik in de buurt kom
van de heiligheid



Stoute meisjes doen het goed bij mij
ik ben een onvoorwaardelijke fan
ongezond zou ik het niet noemen
iemand moet zich toch bekommeren om hen










Ik overlaad je met complimenten
of behandel je als een stuk vuil
wat je voorkeur ook is
ik kan er aan voldoen