dinsdag 8 juli 2014

Het bejubelde vers



Zacht zingt in hem het grote lied
het bejubelde vers
maar hij brengt het niet tot uiting
hij brengt het niet klaar

Zacht looft hij de bomen
het vergulde blad
de ademtocht die hem verder brengt
dan zijn eigen dorp

De zachte stap
die hem verwijdert
van zijn eigen kerker in het groen
de groene tuin met gele bloempjes
die parmantig de kop opsteken als de kont van een negerin

Fout woord, foute associatie,
ik laat het staan
geen schrik voor het zwarte gat, althans niet in tekst en beeld

Foute dichter, foute man,
waar blijven mijn bejubelde verzen,
waar blijft mijn applaus
ik zoek het op als een verdwaalde bedoeïen
in de onmetelijke woestijn
zonder jou kan ik niet leven,
met jou te leven is onmogelijk
niet leven is onmogelijk
zonder jou
















maandag 7 juli 2014

Begeerte naar verlichte verlossing

Samengebald verlangen
verterende behoefte
langzaam verdwijnt de realiteit  in de kieren van mijn geest
de kieren, de raten verraden mijn verlangen
mijn begeerte

De dagen duren nog lang 
de nachten zijn kort
ik zoek koortsachtig naar het grote gelijk
de verwensingen stapelen zich op
mijn opgejaagdheid, mijn koortsachtige drift

Zenuwen strak gespannen,
mijn blikveld vernauwt
de drang tot vernielen en vechten zweept door mijn bloed

Kon ik me maar verlichten
kon ik de drift gewoon de kop inslaan
zonder begeerte, zonder verlangen
kookt het bloed in blauwe aderen

Ik kijk naar mijn gezicht
vertrokken in een groteske grijns
het masker valt langzaam af 
de beschaving is verloren
althans in mijn bloedend hoofd.

Wassen beelden sterven tergend traag de dood van een wassen clown,
die geen beterschap ziet
in de vriescel van zijn geest.

Angsten, woede, drift razen om de heerschappij,
als ik kon voorspellen wie zou winnen,
ik liet het u weten
maar vast staat al,
vanzelfsprekend,
dat het geen Duitser gaat zijn.


 

 
 

Ik zeg niets, jij nog minder

Langzaam bliksemen we nietszeggend in levens naast mekaar
ik zeg niets, jij nog minder
de aanstekelijkheid van het rotte humeur
gedoopt in zonneschijn en warmte

Wat valt er nog te zeggen,
tenzij grove verwensingen
ik herlees Jotie nog maar eens
zijn stijlvolle woorden afgewisseld met een banvloek

Vallen we te vergelijken,
ik vrees het niets tenzij vandaag dan in slecht humeur
en nietszeggendheid


zondag 6 juli 2014

Stokstaartgewijs

Charles Baudelaire: "La plus belle des ruses du diable est de vous persuader qu'il n'existe pas." ("De grootste truc van de duivel is u ervan te overtuigen dat hij niet bestaat.") in Le spleen de Paris (1862)

"The greatest trick the devil ever pulled was convincing the world he didn't exist."

Verbal Kint (The usual suspects)

 
De dood,
de zachte vijand, de harde vijand, de onverslaanbare tegenstander
Is het paradijs niet enkel een utopie die is ontstaan van de intelligentia
die de arme verpauperde bevolking in de pas wouden doen lopen?
Is het een vrijplaats waar een zelfmoordterrorist 40 maagden vindt?
Een plaats van rijstpap met gouden lepeltjes?

De tuin van Eden?

Ik heb je al teveel meegemaakt,
als ik zo vrijpostig mag zijn je te personifiëren,
Charon, gids, veerman,
waar zijn de munten op mijn oogleden om je te betalen?

Gruwelijk monster, achterbakse troubadour,
venijnig serpent...

Ik nader mijn komst met nog een sigaar,
kan ik je overtuigen me nog even te laten staan
op het voetbalveld tussen de witte lijnen?

Of word ik naar de kant gehaald,
en terstond vervangen wegens ontoereikend spel,
word ik genadeloos afgebrand,
"Talent was niet aan hem besteed?"
Laat iemand nog een traan als ze mij niet meer vinden  tussen,
 de dromen van verwijderde vrienden en de brokstukken van het leven?

De meerkat richt haar staart op,
en stokstaart de omgeving,
volgt daar mijn volgende tegenstander
in het eindspel van mijn leven?

Ik verwacht je binnenkort,
in welke vorm dan ook,
je transformeert als een kameleon
die door de flikken wordt tegengehouden voor een drugscontrole...
 
Zacht fluister ik je naam,
nog even schud ik je van me af,
als de wielrenner die het ruime sop kiest,
maar achternagezeten wordt door een jagend peleton
in de waanzin van een massasprint.

Zal ik de eerste zijn die de meet overschrijdt
en dan juichend de handen in de lucht steekt
bij het hervinden van teerbeminde vrienden, familie en een lang vervlogen vader?

Word ik enkel geest,
laat ik het lamlendige lichaam achter me,
bereik ik het Nirvana of het Walhalla,
gezeten tussen de goden hervond hij zijn plaats 
in de orde der dingen.




De stilte doorbroken

Zachte woorden kelen de stilte in onvermogen
ik regen je aanwezigheid in mijn geest
 groene oase, dorp aan de schelde
pad tussen de bomen in krampachtige vormen
vervormd in jaren en ringen
wat dreef je om zo te evolueren in een orgie van verwrongen takken

ik zuig je aanwezigheid in me op
je krijgt een geest in mijn plaats
de gedichten kregen een prominente markering
wisseling van Chinese elastiek en stevig staal
ongeëvenaarde balancering van verzen in al hun verbijsterende kracht
tot enerverend ontroeren
.






Groene long, verbeten domein
bocht aan de schelde
Notelaer
netelig probleem, problematische netel
schepsel van mijn verbeelding

Laat me verdwalen tussen je dwaallichtjes
laat me bepalend zijn voor je groene voeten
wandelen tot kunst verheven
in een samenzijn van poëtische vrienden


dinsdag 1 juli 2014

De zachte zomer van onbeperkte mogelijkheden


Zachte zonneschijn, temperatuur stijgend
luisterend naar wat favoriete muziek
een voormiddag gevuld met flirten en zoetigheden
mijn humeur klaart op, een brede glimlach verschijnt
vanavond moet het gebeuren,
dan wordt het feest,
dan gaan we naar vrienden,
dan gaan we naar café
waar onbestemde meisjes in korte rokken met prachtige zomerbenen
mijn oog kruisen,
in een samenspel van ondoorgrondelijkheden
ik kijk diep in haar ogen
en denk aan onze eerste kus
aan het kraam met kibbelingskes
een trage glimlacht verschijnt die uitdeint naar een verbrede grijns
mijn humeur raakt een gevoelige snaar
vrolijke uitbundigheid in een notedop
de vroege middagdronkenschap omarmt me als een lang vergeten vriend
en zoent me vol op de mond
mijn pupillen dansen een trage wals, mijn papillen tintelen
van de sensaties die ik hen met mondjesmaat voer
zachte vrolijkheid overspoelt mijn systeem
het beest ontwaakt, de duivel kleedt zich voor het grote feest
en neemt afscheid van de werkelijkheid
morgen zal hij haar terug in de ogen kijken, maar niet vannacht
vannacht is het uur van de wolven, van de bierstekers met branie,
de zomer zoemt van verwachting
en groet me met een brede zwaai
mijn zomer kan beginnen in de ogen van een vreemde,
ik verlang naar je zachte weerspel
je wellustige schouderophalen
de dag vervliegt in een draaierige duikvlucht naar de aarde
maar ik land zacht op een perfecte boezem,
en brede schouders
Atlas draagt me op handen,
de wereld is even van mij in al zijn heerlijkheid
mooier kan een dag niet worden
als je geest de vrolijkheid bevriendt.




Krakende Schadenfreude



De maatschappij is ziek
en drijft op paarse wolken van afgunst en achterdocht
gebroken vleugels, geknakte dromen
en dromerige jachten
de maatschappij staart je aan
en bestudeert je radeloze motieven
het slechtste in een mens, de krakende Schadenfreude
het leedvermaak van de alligator
het sissende van de kronkelende slang
klagers drijven dromers tot wanhoop
NIMBY
symboliseert de macht van de enkeling en het failliet van velen
de machteloosheid van de enkeling tegen de bureaucratie
de gedragen weerzin tegen het onvermijdelijke
het hoofd hoog houden in een moeras van verdachtmakingen
en omgekeerde bewijslast
ik pleit à decharge
en verlies me in de willekeur van het vonnis
donkere onweerswolken regenen in een gestage stroom 
van zure regen,
wat brengt er nog hoop in verziekte geesten
die teveel onrecht hebben aanschouwd
om nog normaal te kunnen denken
en het abnormale normeren als standaard
ik bezing de stille traan
het verloren geluk
de stille getuige
van menselijk ongeluk
de parade van onmacht en woede,
de geestdrift die verstilt

Ik laat even het hoofd hangen
in een onbewaakt moment
tot ik weer de perfectie zie
van een verwante ziel,
trek ik me terug in de kerker van mijn geest om even te hergroeperen

De wellust van zo-even
de trage processie
het stuit me tegen de borst
lastig om vooruit te komen
als de hoop is weggenomen



Maar ik ben opgelucht, ik heb geventileerd,
mijn zorgen van me afgeschreven,
misschien zit u nu met een wrang gevoel,
van leedvermaak of medelijden,
beiden is onaanvaardbaar voor een onafhankelijke ziel

Morgen sta ik er weer, met de rug gerecht,
maar nu moest ik me even laten gaan 
in een golf van turquois zelfmedelijden,
zelfkastijding en onbegrip
voor een barse wereld, waarin de ziel tot vluchteling wordt
van een denkbeeldig leger van bureaucraten