dinsdag 28 augustus 2012

Mechelen en diablo blvd.

Mechelen heeft nog eens van zich laten horen
als kleine provincialistische stad waar afwijken van de norm
even gevaarlijk is als het voor een mannetjes bidsprinkhaan is
om seks te hebben, je zou er zowaar je hoofd bij verliezen

Ik was onlangs in Mechelen voor een terrasje met een vriendin,
recent uitgeweken van Antwerpen naar de stad van de maneblussers
voor de liefde en het werk, ze droeg een opvallend roos kleedje met blote rug en



schouders die duidelijk enkele mooie tattoos toonden, in Antwerpen zou dit








 
 
 
 
schouderophalend onthaald worden tenzij in een salon voor dames
van middelbare leeftijd, genre Café des Arts aan de Meir, maar in Mechelen
wekte het opzien en misbaar, een terrasje werd een happening
met als inzet opkomen voor je eigenheid, een fashion statement ligt in Mechelen
gevaarlijk, priemende ogen en valse achterklap, nauwelijks verholen
vijandigheid, alsof het fatsoen en de stijfburgerlijkheid weer regeerde

Diablo blvd, de Antwerpse metalband rond Alex Agnew, gaf een opgemerkt

optreden in Mechelen, wat prompt werd stilgelegd, hervat en definitief gestopt,
de metalfans waren een doorn in het oog van de tolerante politie, moshing, death
wall en crowdsurfing de boosdoeners, de veiligheid van het publiek kon niet worden
gegarandeerd, dat ze dan stoeltjes zetten en het publiek verbieden op te staan als ze argumenteren dat het enkel voor de veiligheid van kinderen en de gewone Mechelaar was

Het argument, verstoring van de openbare orde, klinkt zo middeleeuws dat visioenen zich openbaren van een schitterend filmpje op het net over The Doors, nu betere

reclame kan Agnew zich niet wensen, pv’s opgesteld voor de metalfans
die zich enkel uitleefden, schrijfgraag en intolerant het blauwe volkje

Het moet ook schrikken zijn als een horde metalheads ineens het centrum
van je geliefde stad bevolken, ik zou ook ageren, het waterkanon en
de pepperspray bovenhalen, plaats dan ook alles op het internet,
dankzij jullie kleine cameraatjes, ik wacht met spanning op het eerste
rockverslag van regisseursmurf, de goegemeente mompelt instemmend,
na de inval van de vandalen alweer een historische overwinning voor het klootjesvolk

maandag 27 augustus 2012

Maandag










Ik heb maandag weer overleefd, de eerste werkdag
de dag die het weekeinde minachtend bekijkt
als eindeloze periode van ijdel- en ledigheid
vrienden worden weer opgeborgen voor een vijfdaagse

 

Samengebalde weerzin tegen het opstaan
eens de eerste dag voorbij, wentel je je terug in een ritme
van files, pauzes, telefoons en e-mails
wat het weekend aan plezier inhield
houdt de werkweek in aan standvastigheid en ijver

 

Ondertussen zou ik je toch gewoon moeten zijn,
de dag van de maan, het jaloerse zusje van de dag van de zon
opstaan met een irritant melodietje en al te vrolijke
presentatoren, ik behoud mijn routine gewoontegewijs



Soms wens ik mezelf een fijne glimlach toe op maandag,
ik blaas je weg, mijn onderdrukker,
binnenkort maak je plaats voor alweer een nieuwe dag
die me dichter brengt tot een nieuwe uitbarsting
van plezier, als climax van de week

De agent


Flik zijn wordt binnenkort nog een knelpuntberoep
meer en meer gevallen worden gemeld van agressie
slagen en verwondingen of weerspannigheid heet zoiets
u begrijpt dat we dit niet kunnen tolereren, de politie
heeft een voorbeeldfunctie en geweld op hen moet zwaarder
worden bestraft

Dat was de teneur van de voorbije maanden, de politie op
een verhoog, nu waren mijn ervaringen anders, de politie
is redelijk hardhandig als het erop aankomt om mensen
van ‘trek uw plant’ of linkse betogingen uit elkaar te drijven,
lees te schoppen

Bovendien gedragen ze zich meestal superieur, alsof hun relatieve
wetteloosheid hen naar de kop is gestegen, het bestraffen van flikken
gebeurt sporadisch, slechts als ze enkel bewijsbaar over de schreef gaan,
anders kunnen ze zich baden in onschuld










 

Een lezersbrief uit Antwerpen in GVA bevestigt nog eens hun insteek,
na een fluim in het gezicht is het toch ondenkbaar dat een PV moet worden opgesteld, in plaats van een flinke rammeling, wie ooit een vriend is gaan
ophalen na een nachtje brommen en hem ziet met een dubbel zo dik
gezicht, omdat de politie vond dat hij wat nadrukkelijk vroeg naar de WC te gaan,
natuurlijk ging het hier om een half-Marokkaan, iedereen weet dat de flikken
er verdachte sympathieën op na houden ivm met orde en veiligheid,
als Belanger zal u zich niet eenzaam voelen in hun rangen

Leuke reportage onlangs van VRT: de kleptomanie in kantoren aan
de kaak gesteld, lastige € verdwenen in begerige zakken, de politie,
verheven boven de wet, mijn blaas, als u weet dat de man in het volgende
filmpje bovendien nog eens wordt aangeklaagd wegens slagen en
verwondingen, breekt mijn klomp, hoewel ik hen nu verdenk van enige ironie:

 

zondag 26 augustus 2012

Intellectuele afgunst

Soms herlees je de klassiekers, Martialis, de Romeinse grapjas





die me als eerste warm maakte voor de dichtkunst,

De erfenisjager


Jij weet dat er op je erfenis gejaagd wordt, en jij weet dat hij die je achternazit hebzuchtig is, en je weet wat hij wil, Marianus. Toch schrijf je in je testament, stommerik, dat hij je erfgenaam is en wil je dat hij in jouw plaats komt, waanzinnige. 'Hij zond toch grote geschenken.' Maar hij zond ze aan een vishaak; en kan een visje de visser liefhebben? Zal hij jouw lot betreuren met echte tranen? Indien je verlangt, Marianus, dat hij zal huilen, geef hem dan niets.'

 Het bezit van Candidus


Candidus, jij hebt landerijen voor jou alleen

en geld voor jou alleen

jij hebt gouden schalen alleen

en jij hebt een gouden servies alleen

je hebt Massische wijn alleen

en Caecubische wijn uit het jaar van Opinius alleen

jij hebt je hart alleen

en alleen je talent.

Alles heb je voor jou alleen

- weet dat je me dit wil ontkennen! -

maar je vrouw, Candidus, die heeft iedereen!

 Paula en Priscus


Jij wil met Priscus trouwen, Paula. Ik ben niet verbaasd: jij hebt een goede smaak. Priscus wil niet met jou trouwen , Paula. Ook hij heeft een goede smaak.

 De Dichter


O Pontilianus, waarom stuur ik mijn boekje (gedichten) niet naar jou? Opdat jij de jouwe niet aan mij zou zenden, o Pontilianus.

 

Aangelengde wijn



Continuis vexata madet vindemia nimbis:

non potes, ut cupias, vendere, copo, merum.

De regen kwam en hield maar aan:

het wijngebied heeft blank gestaan.

Jij, kroegbaas, verkoopt om die reden

de wijn dit jaar niet onversneden.

 

Twee beroepen met dezelfde aanpak



Chirurgus fuerat, nunc est vispillo Diaulus.

Coepit quo poterat clinicus esse modo.

Diaulus was chirurg ooit, maar

ruimt nu lijken, al een jaar.

Met mensen handelt hij toch raar.

Hij legt ze plat, het geeft niet waar:

op de snijbank of de baar.

 

Badgasten



Invitas nullum nisi cum quo, Cotta, lavaris

et dant convivam balnea sola tibi.

Mirabar, quare numquam me, Cotta, vocasses:

iam scio, me nudum displicuisse tibi.

Jij vraagt iemand slechts te eten

als je mét ‘m in bad hebt gezeten.

’t Zijn alleen de baden, vrind,

waar jij steeds je gasten vindt.

Wel blijft het raadsel levensgroot,

waarom je mij nou niet eens noodt.

Ik denk: jij ziet me niet graag bloot.


toch ben ik niet zo vroegrijp als Rimbaud die op zijn









Le Dormeur du Val

C'est un trou de verdure où chante une rivière
Accrochant follement aux herbes des haillons
D'argent; où le soleil, de la montagne fière,
Luit: c'est un petit val qui mousse de rayons.

Un soldat jeune, bouche ouverte, tête nue,
Et la nuque baignant dans le frais cresson bleu,
Dort; il est étendu dans l'herbe, sous la nue,
Pâle dans son lit vert où la lumière pleut.

Les pieds dans les glaïeuls, il dort. Souriant comme
Sourirait un enfant malade, il fait un somme:
Nature, berce-le chaudement: il a froid.

Les parfums ne font pas frissonner sa narine;
Il dort dans le soleil, la main sur sa poitrine
Tranquille.
Il a deux trous rouges au côté droit.

De Slaper in het Dal

Een kuil vol groen waar een rivier door zingt
Die ’t kruid met flarden zilver onbesuisd
Bespat; vanaf het fier gebergte blinkt
De zon: een klein dal dat van stralen bruist.

Een jong soldaat, blootshoofds, met open mond,
De nek in blauwe kers gedompeld, ligt
In openlucht te slapen op de grond,
Bleek in zijn groene bed vol plenzend licht.

Zijn voeten in het lis, zo slaapt hij. Zwakjes
Lachend zoals een ziek kind, soest hij zachtjes:
Natuur, wieg hem vol warmte: kou heeft hij.

De geuren doen zijn neusvleugels niet trillen;
Hij slaapt in de zon, één hand op zijn stille
Borst, rechts twee rode gaten in de zij.

zestiende al schitterde of zo geniaal als Neruda









met zijn verbluffende beschrijvingen en woordkunst

Deze nacht kan ik de meest trieste verzen schrijven.

Schrijven, bijvoorbeeld: “De nacht is vol sterren,
en de sterren zijn blauw en trillen in de verte.”

De nachtelijke wind draait in de hemel en zingt.

Deze nacht kan ik de meest trieste verzen schrijven.
Ik hield van haar, en soms hield ze van mij.

Op nachten als deze hield ik haar in mijn armen,
Ik kuste haar keer op keer onder de eindeloze hemel.

Ze hield van me, en soms hield ik van haar.
Hoe kon men niet houden van die grote stille ogen.

Deze nacht kan ik de meest trieste verzen schrijven.
Denken dat ik haar niet heb. Voelen dat ik haar verloren heb.

De immense nacht te horen, nog immenser zonder haar.
En het vers valt op de ziel and dauw op het gras.

Wat doet het er toe dat mijn liefde haar niet kon houden.
De nacht is vol sterren en ze is niet bij mij.

Dat is alles. In de verte zingt iemand. In de verte.
En mijn ziel is ontevreden haar te hebben verloren.

Als om haar dichter te brengen, is het mijn blik die haar zoekt.
Ook mijn hart zoekt haar, en ze is niet bij me.

Dezelfde nacht maakt de dezelfde bomen wit.
Maar wij, die van toen, zijn niet meer dezelfde.

Ik hou niet meer van haar, dat is zeker, maar hoe heb ik van haar gehouden.
Mijn stem tracht de wind te vinden om haar oor te bereiken.

Van een ander. Ze zal zijn, van een ander. Net als voor mijn kussen.
Haar stem, haar helder lichaam. Haar oneindige ogen.

Ik hou niet meer van haar, dat is zeker, maar misschien hou ik van haar.
De liefde is zo kort, de vergetelheid zo lang.

Want op nachten als deze hield ik haar in mijn armen,
En mijn ziel is ontevreden haar te hebben verloren.

Zelfs al is dit de laatste pijn die ze me doet lijden,
en zijn deze de laatste verzen die ik voor haar schrijf.

Duizenden zijn me voorgegaan met wisselend succes,
het onmiskenbaar gebrek aan talent wordt enkel overtroffen
door de grootsheid van mijn dromen, een situatie zo rampzalig
dat ze volgens De Botton enkel kan leiden tot frustratie,










onvervulde dromen of literair boerenbedrog

 

Ik ben geen zuivere poëet, schrijf eerder proza met een
poëtisch kantje, dus sinds kort waag ik me ook aan proza, zoals
grote voorbeelden, Irvine Welsh, of in Vlaanderen Mennes,










Brusselmans of Verhulst, maar voor het schrijven van proza mis ik







discipline, een blad per dag bedraagt mijn magere productie

De opzet is groots, het stramien bekend, enkel de pagina’s
volgen met een treuzelgang, ik twijfel aan mezelf, hou niet
van het hoofdpersonage, ongelukkig is de man die in zijn eigen
vel zit en dat gezelschap niet verdraagt

Toch blijf ik verder ploeteren, de hoeveelheid van betekenisloze
jobs is overweldigend, al wil ik graag solliciteren voor copywriter,
wat me lijkt aan te sluiten bij mijn literaire aspiraties, met mooi loon,
hopelijk valt een appel uit de kast, voor ik opgeslorpt word door
het banale, uitsluitend heb ik mijn momenten voor en na het werk
om op te wegen tegen de zinledige uren op den bureau