woensdag 28 november 2012

Vervreemding

 
Ik sprak vandaag met iemand
die me ongelooflijk deed terugdenken aan een oude vriendin
het kapsel, het brilletje, de prachtige tanden
ik was weemoedig, tijd is een vreemde kameraad

Ik bracht haar aan het lachen
een warme, spontane lach die klaterde
als de mooiste waterval op stenen rotsen
haar ogen twinkelden, straalden als zachte kooltjes
zij was echt als een 20–jaar oude fata morgana
die zich kristalliseert  in de mooiste synthetische diamant

En toch, ik was weer alleen in de kamer
hoewel de realiteit mijn perceptie tegensprak
ik was weer waarnemer, laat staan deelnemer
aan het gesprek, alsof een verbeterde versie van me overnam
terwijl mijn eigen koude zelf toekeek achter een doorkijkspiegel

De vervreemding is een vreemde patriot
het gevoel nooit ergens toe te behoren
slechts omstaander te zijn in een oude Griekse tragedie
alsof Sophocles mijn teksten schreef die ik enkel debiteer

Ik verwijt mezelf teveel te denken
ware het niet eenvoudiger enkel te zijn, voor ik besta
te spreken voor ik kan denken, te praten voor ik onderneem
kan het allemaal niet eenvoudiger, spontaniteit en natuurlijkheid
boven artificieel geredeneer, is de eerste gedachte niet vaak de beste,
welklinkender dan het eeuwige geschaaf en de bijtende correctie

Soms, vaak, altijd ben ik jaloers op de eenvoud, de volslagen
zelfzekerheid van brutale geesten, die zichzelf nooit in vraag stellen,
een zelfvertrouwen uitstralend dat nooit gedragen wordt door daden,
maar in hun hoofd de eeuwige waarheid is die met hand en tand
wordt verdedigd ter meerdere glorie van hun persoon, ook al leef
ik honderd jaar, die zekerheid zal ik nooit bezitten













Geen opmerkingen:

Een reactie posten